Private equity is illiquide. Punt. Uw geld zit in bedrijven zonder dagelijkse markt. Toch beloven aanbieders als Schroders, Capler en Van Lanschot Kempen particulieren enige flexibiliteit: tussentijds uitstappen. Dat klinkt geruststellend. Maar kunnen ze die belofte waarmaken, juist als veel beleggers tegelijk hun geld terugvragen?
Private equity was lang een speeltje voor de vermogenden. Nu richten aanbieders zich ook op gewone particuliere beleggers. Dat zie je aan de advertenties. En aan de lagere instapbedragen.
In de pitch lonkt vooral het rendement. Beheerders wijzen op hoge historische opbrengsten, juist omdat private equity-fondsen geduldig kunnen investeren en pas verkopen als de prijs goed is. Dat vraagt vast kapitaal. Investeerders kunnen niet zomaar uitstappen.
Toch beloven aanbieders als Van Lanschot Kempen, Schroders en Capler nu ook flexibiliteit. Hun fondsen bieden uitstapmogelijkheden per kwartaal, met limieten en voorwaarden.
Dat klinkt als het beste van twee werelden: hoge rendementen én bij uw geld kunnen als het moet. Maar hoe hard is die belofte als beleggers tegelijk naar de uitgang lopen? Vijf vragen en antwoorden.
1. Welke liquiditeit bieden deze aanbieders beleggers precies?
Een private equity-fonds investeert in bedrijven die niet op de beurs staan. Het fonds kan uw geld dus niet snel vrijmaken, omdat de onderliggende bedrijven niet snel te verkopen zijn. U kunt uw belang simpelweg niet verkopen met één druk op de knop.
Toch schermen bovengenoemde aanbieders met het feit dat de investering enigszins liquide is. Maar die liquiditeit komt niet uit het verkopen van bedrijven op verzoek. Ze komt uit kasbuffers, ontvangen dividenden of eerdere verkopen (exits).
Daarom leggen aanbieders strenge regels op. Vaak zit u eerst jaren vast, in jargon de zogenoemde lock-up. Daarna kunt u alleen per kwartaal uitstappen, met een maximum.
Capler betaalt na drie jaar lock-up maximaal vijf procent van het fondsvermogen per kwartaal uit. Bij Van Lanschot Kempen geldt dat uitstap alleen doorgaat als er voldoende “beschikbare cash” is. Ontbreekt die liquiditeit, dan wordt het verzoek automatisch doorgeschoven naar een volgend kwartaal, zonder garantie op uitbetaling.
Daar komt een extra complicatie bij. Veel PE fondsen voor particulieren zijn een zogenoemde fund of funds. Dat is een fonds dat niet direct in bedrijven belegt, maar in andere private equity-fondsen. Die onderliggende fondsen zijn vaak zelf gesloten en dus nog minder liquide. Het overkoepelende fonds kan die belangen niet zomaar verkopen om uitstappers uit te betalen. Dat maakt de beloofde flexibiliteit nog kwetsbaarder.
2. Hoe werkt uitstappen in praktijk?
Uitstappen uit dit soort PE fondsen werkt fundamenteel anders dan bij een beursgenoteerd aandeel of ETF, waar een verkooporder met één druk op de knop kan worden geplaatst en het geld vrijwel direct beschikbaar is.
Binnen private equity is het proces traag en administratief complex. Beleggers die willen uitstappen moeten zich ruim van tevoren melden, vaak minimaal 90 dagen vóór het kwartaal waarin zij willen uittreden. Wie nu besluit om aan het einde van het eerste kwartaal van 2026 uit te stappen, is al te laat en moet wachten tot het einde van het tweede kwartaal.
De fondsbeheerder bundelt intussen alle uitstapverzoeken en beoordeelt deze na afloop van het kwartaal. Daarna moet een belegger nog eens weken op zijn geld wachten. Bij fondsen van onder meer Schroders en Van Lanschot Kempen kan het daarna - onder normale omstandigheden - nog 20 tot 40 werkdagen duren voordat het geld daadwerkelijk wordt bijgeschreven.
Kort en wel: uitstappen kost tijd. Punt.
Fictieve tijdslijn: wie tussentijds uit PE wil moet al snel maanden wachten*
*Tijdslijn is fictief en reflecteert een inschatting van de VEB op basis van informatie uit de prospectussen van Schroders en Van Lanschot Kempen.
3. Wat gebeurt er wanneer veel beleggers tegelijk uitstappen?
Wanneer veel beleggers tegelijkertijd naar de uitgang bewegen, loopt de ‘semi-liquiditeit’ direct vast. Fondsbeheerders kunnen in zulke situaties diverse maatregelen nemen om de uitstroom te beperken, zo is te lezen in de kleine lettertjes.
Zo kunnen uitbetalingen proportioneel worden verdeeld. Wanneer het totaal aan uitstapverzoeken het vastgestelde maximum overschrijdt, krijgen beleggers slechts een deel van het aangevraagde bedrag uitgekeerd.
In extreme gevallen kan de beheerder de uitstapmogelijkheid tijdelijk dichtzetten. Uw verzoek blijft dan staan, maar u krijgt geen geld. Schroders noemt in zijn prospectus een “special dealing procedure” voor uitzonderlijke marktomstandigheden. In gewone taal: het fonds mag uitstappen pauzeren en uitbetalingen uitstellen. Zelfs als de deur weer opengaat, kan het nog ruim een half jaar of langer duren voordat u wordt uitbetaald.
Daarnaast hebben fondsbeheerders in stresssituaties de discretionaire bevoegdheid conservatievere waarderingsmethoden te hanteren.
Dat leidt doorgaans tot een lagere uitstapprijs. Wie uitstapt op een onrustig moment, kan dus minder uitgekeerd krijgen dan de eerder gerapporteerde fondswaarde suggereert. Die afslag beschermt de achterblijvende beleggers, maar legt het volledige prijsrisico bij degene die uitstapt.
4. Hoe wordt de uitstapprijs eigenlijk vastgesteld?
De prijs waartegen beleggers uitstappen is geen marktprijs. Het is een modelwaarde die de fondsbeheerder berekent, meestal één keer per kwartaal. Er is geen beurs waar die prijs dagelijks wordt getoetst.
Die modelmatige waardering zorgt voor een relatief stabiele waarde. Zeker vergeleken met beursgenoteerde aandelen. Maar die rust heeft een keerzijde.
De waarde is gebaseerd op aannames. Bijvoorbeeld over toekomstige kasstromen en over prijzen bij vergelijkbare transacties. In rustige tijden werkt dat goed. In onrustige tijden wordt het spannend. Als de economie tegenzit en beurzen hard dalen, hoeft de ‘papieren’ waarde in de rapportage niet overeen te komen met wat een bedrijf echt oplevert bij verkoop.
Dat is precies waarom ‘semi-liquide’ kan wringen. Tussentijds in- en uitstappen vraagt om een prijs die klopt. Juist op het moment dat beleggers eruit willen, is die prijs het meest onzeker.
Bij fondsen met een Fund of Funds-structuur komt daar nog een laag bij. De uiteindelijke uitstapprijs hangt dan ook af van de waarderingsmodellen van de onderliggende fondsen. Dat maakt de prijs minder transparant en vaak trager.
5. Uitstappen mag ≠ uitstappen lukt?
Het liquiditeitsrisico ligt volledig bij de belegger. Fondsbeheerders beschikken over ruime discretionaire bevoegdheden om uitstapverzoeken te beperken, uit te stellen of tijdelijk te weigeren. Intussen lopen de kosten (lees de fees voor de beheerders) gewoon door, ook wanneer het kapitaal in de uitstapwachtrij staat.
De belofte van liquiditeit binnen PE verdient daarom nuance. In rustige markten kan (gedeeltelijk) uitstappen mogelijk zijn, maar juist wanneer liquiditeit het meest gewenst is, kan die flexibiliteit fors tegenvallen of volledig zijn verdwenen.
Semi-liquide PE is daarmee geen alternatief voor beursbeleggingen, maar een illiquide product met een voorwaardelijk en beperkt flexibel randje. Beleggers doen er goed aan om de liquiditeitsafspraken in het prospectus zorgvuldig te bestuderen en hun verwachtingen daar realistisch op af te stemmen.
De VEB inventariseerde eerder al verschillende private equityproposities voor particulieren. Die analyse liet zien dat naast illiquiditeit ook de hoge kosten opvallen. En dat het onzeker is of de hoge historische rendementen te herhalen zijn nu steeds meer particulieren kunnen instappen.